Maatschappelijke opvang/Daklozenopvang

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het aantal (geregistreerde) daklozen in Nederland de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld – naar bijna 40.000. In het najaar van 2019 ontving het kabinet diverse brandbrieven over deze toename, onder andere van de G4, de VNG en van de Nationale ombudsman. Zij vragen hierin om een landelijke aanpak van een aantal knelpunten, zoals het gebrek aan beschikbare en betaalbare woningen (zie ook Achtergrondinformatie). Het kabinet heeft aangegeven in het voorjaar van 2020 een overkoepelend plan van aanpak op te stellen om dak- en thuisloosheid terug te dringen. In het voorjaar kondigde staatssecretaris Blokhuis (VWS) al een driejarig Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren aan.

Verantwoordelijkheden en wettelijke bepalingen

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van maatschappelijke opvang (mo) en beschermd wonen (bw) volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Deze voorzieningen zijn bestemd voor mensen die niet (voldoende) zelfredzaam zijn. Centrumgemeenten zijn financieel verantwoordelijk (budgethouder) voor deze voorzieningen in de regiogemeenten.

Doordecentralisatie

Rijk en gemeenten werken aan een plan voor doordecentralisatie van maatschappelijke opvang (mo) en beschermd wonen (bw). Dit betekent dat deze zorg uiteindelijk een taak wordt van álle gemeenten in plaats van alleen de centrumgemeenten. Hiertoe komt er een nieuwe verdeling van het beschikbare geld. Voor beschermd wonen is dit procesplan inmiddels klaar.

Daklozenloket

De meeste centrumgemeenten hebben een speciaal (fysiek) loket voor kwetsbare doelgroepen, zoals de BCT in Haarlem. Hier kunnen dak- en thuislozen terecht voor het aanvragen van een briefadres, een (daklozen)uitkering en toegang tot schuldhulpverlening en maatschappelijke opvang. Gemeenten werken met veel verschillende aanbieders samen om deze opvang te kunnen leveren. Instellingen voor maatschappelijke opvang worden landelijk vertegenwoordigd door Valente (voorheen: Federatie Opvang.

Toegankelijkheid

Met name grotere gemeenten worstelen met de landelijke toegankelijkheid van de opvang, die is vastgelegd in de Wmo 2015. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt bijvoorbeeld dat eerste opvang regelmatig wordt geweigerd omdat de dakloze geen ‘regiobinding’ heeft. Recent onderzoek in opdracht van het Ministerie van VWS bevestigt deze bevindingen en stelt dat “de beleidstheorie achter de landelijke toegankelijkheid botst met de werkpraktijk die zich laat kenmerken door een grote druk op de capaciteit”. [In bijlage A (pagina 74) van dit onderzoek leest u wie rechthebbend is als het gaat om maatschappelijke opvang. NB: sinds 2019 kunnen illegaal in Nederland verblijvende daklozen – onder voorwaarden – terecht in een Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) . De gemeentelijke bed-bad-broodregelingen worden evenredig afgebouwd.]

Achtergrondinformatie

Dakloosheid gaat vaak gepaard met problemen op andere leefgebieden, zoals schulden, verslaving en psychische of psychosociale problemen. Deze kwetsbare burgers hebben – naast onderdak – begeleiding of bescherming nodig. De maatwerkvoorzieningen in de maatschappelijke opvang (mo) en beschermd wonen (bw) zijn dan ook bestemd voor een persoon die “(…) niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met behulp van andere personen in zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving” (Wmo 2015, Artikel 1.2.1 c).

 

Voor dak- en thuislozen die als voldoende zelfredzaam worden beschouwd, zijn soms andere (algemene) voorzieningen georganiseerd, zoals dag- of nachtopvang of (tijdelijk) verblijf in een passantenhotel. Deze groep is recent veelvuldig in het nieuws geweest, vanwege het feit dat zij tussen wal en schip (dreigen te) vallen:

Economisch daklozen

Economisch daklozen ook wel ‘nieuwe daklozen’ of ‘zelfredzame daklozen’ genoemd. Mensen die weliswaar dakloos zijn, maar als voldoende zelfredzaam worden gekwalificeerd. Zij hebben bijvoorbeeld eigen inkomen uit werk, en geen verslaving of psychische problemen. Om die reden hebben zij geen of nauwelijks toegang tot (maatwerk)voorzieningen in de maatschappelijke opvang. Zij vallen daardoor vaak tussen wal en schip, volgens betrokken instanties. Een van de oorzaken van de toename van deze groep is het tekort aan beschikbare en betaalbare woonruimte.

Gezinnen

Ook het aantal dakloze gezinnen in Nederland groeit. Voor deze groep geldt dezelfde problematiek als voor ‘economisch daklozen’. Deze gezinnen worden eveneens vaak als voldoende zelfredzaam beoordeeld, maar er is niet voldoende beschikbare en betaalbare woonruimte om hun dakloosheid op te lossen.

Zwerfjongeren

Daarnaast neemt het aantal dak- en thuisloze jongeren fors toe: in de afgelopen tien jaar verdrievoudigde hun aantal, naar ruim 12.000. Stichting Zwerfjongeren Nederland (SZN) en het Leger des Heils wijten deze toename eveneens aan het tekort aan beschikbare en betaalbare woonruimte, maar noemen nog een andere oorzaak. De leeftijdsgrens van 18 jaar, waarbij jongeren van de ene op de andere dag meerderjarig zijn, zorgt voor problemen. De overgang van jeugdzorg (Jeugdwet) naar volwassenenzorg (Wmo) sluit bijvoorbeeld niet altijd goed op elkaar aan. Ook de in 2015 ingevoerde kostendelersnorm speelt een rol. Ouders met bijstand worden op hun uitkering gekort zodra hun inwonende kind meerderjarig is en een eigen inkomen heeft. Met als gevolg dat de jongere het ouderlijk huis soms moet verlaten zonder uitzicht op woonruimte.

Tools en Leeromgeving

Inspiratie en praktijkvoorbeelden