Raadsbreed akkoord

Steeds meer gemeenten kiezen na verkiezingen voor een raadsbreed akkoord in plaats van voor een klassiek coalitieakkoord. Hoe werkt dat en wat zijn de voordelen?

Verantwoordelijkheden en wettelijke bepalingen

Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt de nieuwe raad geïnstalleerd, moet er een college worden gevormd en een programma worden gemaakt dat het nieuwe college de komende vier jaar gaat uitvoeren. De procedure voor deze coalitie- en collegeonderhandelingen ligt niet vast in de wet. Gemeenten kunnen dit dus ieder op hun eigen manier aanpakken.

Doorgaans neemt de partij die bij de verkiezingen de grootste is geworden, het initiatief voor de coalitieonderhandelingen. Deze partij kiest een informateur die gaat onderzoeken met welke partijen een coalitie kan worden gevormd die op een meerderheid in de raad kan rekenen. Op basis van zijn bevindingen, doet de informateur een voorstel voor een mogelijke coalitie aan de gemeenteraad, die vervolgens een formateur aanwijst. De formateur gaat, in samenwerking met de beoogde coalitiepartijen, een coalitieakkoord opstellen, een portefeuilleverdeling maken en kandidaat-wethouders zoeken. De voorstellen van de formateur worden voorgelegd aan de burgemeester, die er – conform artikel 35 van de Gemeentewet – zijn mening over kan geven, waarna ze ter goedkeuring naar de gemeenteraad gaan. De gemeenteraad stelt het coalitieakkoord vast en benoemt – ook conform de Gemeentewet – de nieuwe wethouders.

De laatste jaren betrekken steeds meer gemeenten álle partijen die gekozen zijn in de gemeenteraad, bij de vorming van een coalitie en het opstellen van een coalitieakkoord, dat dan een ‘raadsbreed akkoord’ of een ‘raadsakkoord’ wordt genoemd. Er zijn ook gemeenten die het akkoord nog breder maken en bij de vorming ervan ook maatschappelijke partijen en inwoners om hun mening vragen. In dat geval maken zij een ‘samenlevingsakkoord’. Vaak zijn dit akkoorden op hoofdlijnen, die richting geven aan het beleid van de gemeente, zonder alle concrete ambities al dicht te timmeren. Hoe deze akkoorden tot stand komen en worden uitgevoerd, verschilt per gemeente. Het heeft ook consequenties voor de samenstelling van het college, soms volgt een open sollicitatieprocedure voor wethouders.

 

Achtergrondinformatie

Een ‘netwerksamenleving’ die zich meer betrokken voelt, brede maatschappelijke opgaven voor gemeenten (zoals energietransitie, Omgevingswet, Jeugdzorg etc.), versnippering in de gemeenteraad: al dit soort ontwikkelingen vragen om herziening van de lokale democratie en om nieuwe manieren om gemeenten te besturen. Veel gemeenten experimenteren daar de afgelopen jaren al mee. De Democratic Challenge, een driejarig programma (2015-2018) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de VNG, ondersteunde daar bijvoorbeeld bij en biedt nog steeds actuele informatie, evenals de opvolger ‘Democratie in Actie’.

In 2018 publiceerde de Raad voor het Openbaar Bestuur het rapport ‘Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden’, met daarin een pleidooi voor het opstellen van raadsbrede akkoorden in plaats van traditionele coalitieakkoorden. Het rapport laat aan de hand van voorbeelden uit tien gemeenten, zien wat de voordelen van dergelijke raads- of gemeentebrede akkoorden kunnen zijn (zoals meer draagvlak, meer flexibiliteit, betere samenwerking, meer aandacht voor de inhoud) en geeft gemeenten tips voor een aanpak die succesvol kan zijn. Er is ook aandacht voor de valkuilen: zorg dat alle partijen de noodzaak inzien van een raadsbreed akkoord, maak het akkoord niet te abstract of vrijblijvend, laat het door de gemeenteraad goedkeuren, neem het op in de planning- en controlcyclus en in de meerjarenbegroting.

De VNG geeft een handig stappenplan voor het opstellen van een raadsbreed akkoord.