Schoon oppervlaktewater

Het waterschap zorgt ervoor dat ons oppervlaktewater schoon is. Het werkt daarbij samen met andere overheden, zoals gemeenten.    

Wettelijke bepalingen en verantwoordelijkheden

Schoon water in onze sloten, meren en rivieren is belangrijk voor mens, dier en plant. De kwaliteit van het water moet voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Rijkswaterstaat (grote wateren, zoals zee en rivieren) en de 21 waterschappen in ons land (regionale wateren) zijn daar verantwoordelijk voor. Ze werken daarbij onder andere samen met provincies, gemeenten en drinkwaterbedrijven.

Vanuit het beheer van het regionale watersysteem is het waterschap ook verantwoordelijk voor voldoende en schoon water in sloten, vaarten en meertjes op gemeentelijk grondgebied. Het waterschap stelt hiertoe elke zes jaar een waterbeheerplan op. Daarin staan onder andere ook maatregelen gericht op het tegengaan van overstromingsrisico’s, op behoud van waarde van planten en bewustwording bij burgers over spaarzaam gebruik van water.

Beleidsplannen van de gemeente op het gebied van water en ruimtelijke plannen moeten voldoen aan het waterbeheerplan van het waterschap.

Op grond van de Waterwet en de Wet milieubeheer heeft de gemeente zorgplichten als het gaat om grondwater, hemelwater en afvalwater. Dat betekent bijvoorbeeld dat de gemeente moet voorkomen dat de grondwaterstand nadelige gevolgen heeft voor bedrijven, woningen of landgebruik binnen haar grenzen. Ook zorgt de gemeente voor de afvoer van afvalwater (van huishoudens, bedrijven etc.) en overtollig regenwater via de riolering.

De uitvoering van deze gemeentelijke taken kan effecten hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hoe gemeenten die plichten vervullen, leggen ze vast in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De raad stelt dit elke vier jaar vast.

Bij ruimtelijke plannen als woningbouwprojecten wordt onder meer getoetst of de bebouwing en afvoer van water geen nadelige effecten heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater in de directe omgeving.

Sinds 2021 moeten gemeenten in een meerjarig Klimaatadaptatieplan aangeven hoe zij zich de komende jaren aanpassen aan veranderende weersomstandigheden, bijvoorbeeld via de afvoer van water bij extreme buien.

Alle wetgeving die te maken heeft met water, wordt deel van het Waterprogramma van de gemeentelijke Omgevingsvisie bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023).

Achtergrond

Zoals hierboven gezegd, moet de kwaliteit van het Nederlandse water voldoen aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het Nederlandse oppervlaktewater voldoet daar al langere tijd niet aan. Boosdoeners zijn onder meer meststoffen, bestrijdingsmiddelen en medicijnresten. Daarom worden landelijke richtlijnen (bijv. voor nitraatuitstoot) aangescherpt. Het waterbeheer op gemeentelijke grond is hier grotendeels van afhankelijk.

Het waterbeheerplan geeft aan wat het waterschap doet om de gemeente schoon en veilig oppervlaktewater te garanderen.

De gemeente heeft beperkte invloed op de waterkwaliteit. Vanuit de zorgplicht voor afvalwater ziet de gemeente erop toe dat bedrijven geen afvalwater in nabijgelegen slootjes laten lopen, tenzij zij een vergunning hebben. Ook moet de gemeente voorkomen dat bij extreme buien afvalwater uit het riool via de straatoppervlakte in sloten belandt. Dat kan het oppervlaktewater ter plekke vervuilen.

De gemeenteraad bepaalt de ambities om deze mogelijke vervuiling van oppervlaktewater te voorkomen. Dat doet de raad door het gemeentelijke rioleringsplan en het klimaatadaptatieplan vast te stellen. De gemeenteraad kan er bijvoorbeeld voor kiezen dat er voldoende natuurlijke bergingsmogelijkheden voor water zijn, zodat rioolwater bij extreme neerslag niet in het oppervlaktewater belandt.

Sommige gemeenten leggen hun beleid op het gebied van water vast in een gemeentelijk waterplan (wat niet verplicht is). De gemeentelijke ambities op het gebied van water en ruimtelijke ordening moeten passen binnen de waterbeheerplannen van het waterschap. Het waterschap ziet er ook op toe dat zwemwater schoon en veilig blijft. De provincie wijst de locaties voor zwemwater aan. De raad kan onder meer erop toezien dat de voorlichting over bijvoorbeeld de kwaliteit van zwemwater of de drinkbaarheid van slootwater voor dieren op een goede manier gebeurt.

De gemeente bepaalt de hoogte van de rioolheffing (Gemeentewet art 228a). Daarmee kan zij bijvoorbeeld ervoor kiezen geld vrij te maken om het riool te ontlasten door maatregelen ter voorbereiding op klimaatverandering, zoals waterberging. Gemeenten zien zich meer genoodzaakt maatregelen in de openbare ruimte te nemen om wateroverlast en verdroging tegen te gaan. De nieuwe verordening Riool- en Waterzorgheffing biedt gemeenten de gelegenheid andere partijen (eigenaren/gebruikers van natuurterreinen en voor landbouw geschikte gronden) voortaan hieraan mee te laten betalen.

Instrumenten voor raadsleden

Informatie van Kenniscentrum Infomil over de watertoets en oppervlaktewater

Uitleg van Kenniscentrum Infomil over lozingen op oppervlaktewater

De zwemwater-app toont schoon en veilig zwemwater

 

Inspiratie

Waterbeheerplannen (2016-2021) van waterschappen – (in 2022 worden nieuwe waterbeheerplannen vastgesteld)

Praktijkvoorbeelden van de watertoets (Helpdesk Water van de Rijksoverheid)

Publiekssite van de Waterschappen met onder meer acties om water afvalvrij te houden