Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

Als iemand een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen, kan verplichte zorg worden opgelegd. Tot voor kort betekende dit: een gedwongen opname in een ggz-instelling, zoals geregeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz). Deze wet wordt per 1 januari 2020 vervangen door de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Voor psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten treedt hiervoor de Wet zorg en dwang (Wzd) in werking. In dit dossier laten we de Wzd verder buiten beschouwing en gaan we alleen in op de Wvggz.

De Wvggz heeft hetzelfde uitgangspunt als de Wet bopz: iemand kan alleen verplichte zorg opgelegd krijgen na het oordeel van een rechter. Een belangrijke verandering in de nieuwe wet is dat de verplichte zorg (zoals insluiting of het toedienen van medicatie) ook búiten een ggz-instelling verleend kan worden. Bijvoorbeeld bij iemand thuis. De nieuwe wet gaat daarbij uit van (ambulant) behandelen en begeleiden en stelt de gedwongen opname niet langer centraal.

Verantwoordelijkheden en wettelijke bepalingen

Wat betekent deze nieuwe wet voor gemeenten? We lichten 4 onderwerpen uit:

Crisismaatregel: in het geval van een acute crisis is de burgemeester bevoegd om een crisismaatregel te nemen. Deze maatregel tot verplichte zorg vervangt de huidige ibs (inbewaringstelling). De burgemeester moet de betrokkene daarbij de gelegenheid bieden ‘gehoord te worden’ (zijn of haar eigen zienswijze op de verplichte zorg te geven).

Verkennend onderzoek: een belangrijke nieuwe taak voor gemeenten is het organiseren van een meldpunt en verkennend onderzoek. In de nieuwe wet kan elke burger melding maken als hij of zij vermoedt dat een medeburger een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen. De gemeente moet dan binnen 14 dagen een verkennend onderzoek verrichten en besluiten of er een zorgmachtiging (voorheen: rechterlijke machtiging) moet worden aangevraagd. De rechter beslist uiteindelijk of verplichte zorg wordt ingezet.

Regionaal overleg: gemeenten en ketenpartners moeten driemaandelijks overleg voeren om te evalueren of er in de regio voldoende verplichte zorg en ondersteuning beschikbaar is en of de ketenafspraken goed functioneren. Verder krijgen ggz-aanbieders de verplichting te overleggen met gemeenten als voorwaarden om te participeren in de samenleving ontbreken. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) en de Participatiewet heeft de gemeente de wettelijke taak om te zorgen dat inwoners kunnen meedoen aan de samenleving.

Gewijzigde informatiedeling: gemeenten en ketenpartners moeten in dit proces veilig en goed informatie kunnen uitwisselen. Het landelijk ketenbureau helpt bij de ontwikkeling van informatieproducten voor gemeenten. Voor de crisismaatregel wordt het huidig BOPZ-online uitgebreid en voor de zorgmachtiging moet een veilige mailvoorziening geregeld worden.

Er wordt structureel 20 miljoen euro in het gemeentefonds gestort om nieuwe taken op grond van de Wvggz goed te kunnen uitvoeren.

Achtergrondinformatie

Ruim 4 op de 10 Nederlanders krijgen te maken met psychische problemen. Zij kunnen terecht bij de huisarts of de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Voor de behandeling van een ingewikkelde psychische aandoening en/of verslaving kan het nodig zijn iemand op te nemen in een ggz-instelling. Zo’n opname kan vrijwillig, gedwongen of strafrechtelijk bepaald zijn.

Sinds 2012 zijn er verschillende grote transities in gang gezet in de ggz. Een daarvan is de ambulantisering: minder bedden (verblijfscapaciteit) in ruil voor meer ambulante zorg (zoals ‘zorg aan huis’). Volgens het Trimbos-instituut, dat deze ontwikkelingen monitort, is de capaciteit van psychiatrische ziekenhuizen sindsdien met ongeveer 20 procent afgenomen. In dezelfde periode nam (en neemt) het aantal meldingen van personen met verward gedrag toe. Er zijn echter geen cijfermatige aanwijzingen voor een relatie tussen het stijgend aantal politieregistraties van ‘verwarde of overspannen personen’ (zogenoemde E33-meldingen) en de ambulantisering van de ggz.

Personen met verward gedrag

De aandacht voor mensen die verward of onbegrepen gedrag vertonen, is de laatste jaren flink toegenomen. Het gaat om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen. Een relatief kleine groep mensen zorgt hierbij voor een relatief hoog aantal meldingen. In de regio hebben gemeenten de regierol bij de ‘sluitende aanpak voor personen met verward gedrag’.

Om deze sluitende aanpak per gemeente te bevorderen, benoemde de overheid in 2015 het ‘Aanjaagteam Verwarde Personen’. In navolging hiervan werd een ‘Schakelteam Personen met Verward Gedrag’ ingesteld onder leiding van Onno Hoes. In de eindrapportage Op weg naar een persoonsgerichte aanpak (2018) doet dit Schakelteam meerdere aanbevelingen voor een succesvolle, sluitende aanpak. Sinds 1 oktober 2018 moet elke gemeente zo’n aanpak hebben. Om gemeenten en regio’s hierbij vraaggericht te ondersteunen, is het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT) in het leven geroepen.