‘Pak niet lage opkomst, maar gebrek aan vertrouwen aan’

26 oktober 2022

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart dit jaar bereikte de opkomst een dieptepunt: bijna de helft van de kiesgerechtigden kwam niet opdagen. Wat was er aan de hand? En wat kunnen we eraan doen? Op verzoek van minister Bruins Slot (BZK) maakte een groep onderzoekers een analyse. Hun recent gepubliceerde eindrapport ‘De lokale niet-stemmer’ toont een gemengd beeld. ‘Een grote groep kiezers heeft weinig vertrouwen of interesse in de lokale politiek’, zegt Hans Vollaard (Universiteit Utrecht). ‘Dat is zorgelijk, maar op zich niks nieuws. De interesse in lokale politiek is nu niet lager dan veertig jaar geleden.’

Hans Vollaard

Drie vragen stonden centraal in het onderzoek dat Hans Vollaard met zijn collega-onderzoekers vanuit diverse universiteiten uitvoerde: waarom is de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen al decennialang laag? Waarom was de opkomst dit jaar nóg lager? Is dit erg en zo ja, wat kunnen we eraan doen? ‘We kijken hier vanuit het Lokaal Kiezersonderzoek ook al naar’, vertelt Vollaard. ‘Maar dit keer hebben we het onderzoek verder uitgebreid door expliciet aan niet-stemmers te vragen waarom ze niet zijn gaan stemmen.

Bovendien is een onderzoeksbureau straten en wijken met een opvallend lage opkomst ingegaan om niet-stemmers naar hun motieven te vragen. Daarnaast hebben we ook alle literatuur samengevat over niet-stemmers en daarbij gekeken naar specifieke doelgroepen, zoals vrouwen, jongeren, praktisch geschoolden en mensen met een migratieachtergrond.’

Ene niet-stemmer is de andere niet

Uit het onderzoek blijkt dat mensen, net als bij eerdere verkiezingen, ook deze keer om uiteenlopende redenen niet stemden, zegt Vollaard. ‘Die redenen hebben het vaakst te maken met een gebrek aan vertrouwen of interesse in de politiek. Bijna een derde van de niet-stemmers geeft een gebrek aan vertrouwen als motief om thuis te blijven. Zij hebben er geen of weinig vertrouwen in dat de gemeente, de gemeenteraad of de politiek in het algemeen, luistert naar hun stem. Veel kiezers blijken lokale verkiezingen minder belangrijk te vinden dan landelijke verkiezingen. Sommigen zeggen dat ze het lastig vinden om een keuze te maken. Anderen geven aan dat ze juist wél vertrouwen hebben in het lokaal bestuur en dat ze daarom niet stemmen. De ene niet-stemmer is dus de andere niet. Maar in het algemeen blijkt bij gemeenteraadsverkiezingen dat voor heel wat mensen de moeite die ze moeten nemen om te gaan stemmen, niet opweegt tegen het belang dat ze ervan inzien.’

Weinig effect Oekraïne en corona

De opkomst was dit keer nog iets lager dan vier jaar geleden. De onderzoekers hebben daar geen specifieke oorzaak voor gevonden, aldus Vollaard. ‘Die paar procentpunten lager zijn natuurlijk ook niet echt schokkend’, zegt hij. ‘Opkomstcijfers slingeren nu eenmaal altijd een beetje. We kunnen niet constateren dat mensen nu ineens massaal afhaken of dat het vertrouwen van kiezers bergafwaarts gaat. Ook van de oorlog in Oekraïne is geen direct effect te zien, net zomin als van de coronacrisis. Inwoners hebben door die crisis niet minder contact met hun gemeente gekregen. Slechts voor een klein deel van de kiezers was een coronabesmetting, of de angst daarvoor, een reden om niet te gaan stemmen.’

Achterliggende oorzaken

De interesse in de lokale politiek is nu niet lager dan veertig jaar geleden. Dat blijkt als je de resultaten van het huidige niet-stemmersonderzoek vergelijkt met eerder onderzoek, zegt Vollaard. ‘Bovendien is het aantal mensen dat vindt dat raadsleden geen rekening houden met de mening van mensen zoals zij, in veertig jaar niet zo laag geweest. Het is dus niet alleen somberheid troef.’ Toch baart een lage opkomst Vollaard zorgen, omdat die voor een deel is ingegeven door een gebrek aan politiek vertrouwen. Ook kan een lage opkomst ertoe leiden dat sommige inwoners minder goed gehoord en gezien worden in de gemeenteraad. Dat maakt Vollaard echter geen voorstander van maatregelen om de opkomst op te krikken, zoals een opkomstplicht of het combineren van verkiezingen. ‘We moeten ons niet blindstaren op opkomstcijfers’, licht hij toe. ‘Kijk bijvoorbeeld naar de waterschapsverkiezingen. Door die te combineren met de Provinciale Statenverkiezingen, is de opkomst gestegen. Maar dat betekent niet per se dat kiezers nu meer weten van de waterschappen of dat hun vertrouwen daarin is gegroeid. Veel belangrijker is dat we proberen de achterliggende oorzaken van de lage opkomst proberen te begrijpen en weg te nemen.’

Laat zien wat je doet

Kunnen raadsleden daar zelf iets aan doen, en zo ja wat? Vollaard: ‘In ons onderzoek bevelen wij lokale politici aan om zichtbaar op te komen voor alle inwoners, óók voor de niet-stemmers. Sluit je niet op in de papierwinkel van het gemeentehuis, maar luister oprecht naar hen. Ga wijken en buurten in en laat concreet zien wat je doet, want veel inwoners weten dat helemaal niet.’ Luisteren naar de standpunten van niet-stemmers betekent niet dat je die ook een-op-een moet overnemen, zegt Vollaard. Maak vooral duidelijk waarom je bepaalde belangen wel of niet meeweegt, adviseert hij. ‘Kiezers vinden het belangrijk dat je betrouwbaar handelt door beloftes na te komen, regels te volgen en open en eerlijk besluiten te nemen. Daarnaast kan het helpen om bepaalde groepen niet-stemmers, zoals vrouwen, praktisch geschoolden of jongeren, bijvoorbeeld via burgerschapsonderwijs, te leren hoe zij zelf invloed kunnen uitoefenen op hun gemeentebesturen.’

Wie de opkomst wil bevorderen, moet de lokale democratie versterken, is een van de conclusies in het rapport ‘De lokale niet-stemmer’. Dat is een zaak van lange adem, schrijven de onderzoekers. ‘De lokale democratie heeft voortdurend onderhoud nodig.’ Een hogere opkomst zou daarbij niet het doel moeten zijn, benadrukt Hans Vollaard. ‘Fixeer je niet op een getal, maar op de achterliggende problemen, zoals een gebrek aan vertrouwen in de politiek.’

Download hier het rapport ‘De lokale niet-stemmer. Een analyse van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022’.