Peter den Oudsten: ‘Maak geen onderscheid meer tussen lokale en landelijke politieke partijen’

11 mei 2020

bron: Gemeente Groningen

Lokale politieke partijen zijn volkomen gelijkwaardig aan landelijke partijen en moeten daarom ook gelijk worden behandeld. Net als landelijke partijen moeten lokale partijen subsidie krijgen. Bovendien moet een centrale organisatie, vergelijkbaar met de partij- en wetenschappelijke bureaus van landelijke partijen, hen kennis en ondersteuning bieden. Dat staat in het recente advies ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’ van het Expertiseteam lokale politieke partijen aan de VNG. ‘Het onderscheid tussen lokale en landelijke partijen moet verdwijnen’, zegt Peter den Oudsten, voorzitter van het expertiseteam.

 

Toen hij afgelopen najaar met pensioen ging, was hij zo’n veertig jaar actief in het openbaar bestuur. Eerst als raadslid en wethouder in Leeuwarden, vervolgens als burgemeester van Meppel, Enschede en Groningen. Hoe heeft Peter den Oudsten in die vier decennia de lokale democratie zien veranderen? ‘Doordat mensen mondiger zijn geworden, ontstaan er steeds meer lokale groeperingen die invloed willen hebben op hun directe omgeving’, zegt hij. ‘Maar toen ik in de jaren 80 raadslid werd in Leeuwarden, had je daar al de lokale partij PAL, die later fuseerde met GroenLinks. Tijdens mijn burgemeesterschap in Meppel, vanaf 2001, was Sterk Meppel de grootste partij en vertegenwoordigd in het college. Ik weet dus niet beter dan dat er lokale partijen zijn. Inmiddels bezetten zij zo’n 30% van de raadszetels in ons land en zijn zij een factor van betekenis in de lokale politiek. Daar moet je hen dus ook naar behandelen.’

 

Gelijkwaardig

Toch gebeurt dat laatste nog altijd niet. ‘Dat bewees recent nog de motie-Jetten in de Tweede Kamer’, constateert Peter. ‘Die vroeg om verhoging van de subsidie aan politieke partijen. Let wel: alleen voor landelijke partijen.’ Najaar 2019 stelde de VNG het Expertiseteam lokale politieke partijen in, om te onderzoeken waar er ongelijkheid bestaat tussen lokale partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen en wat daaraan gedaan kan worden. Het expertiseteam ging voortvarend aan de slag. ‘Wij hebben heel fundamenteel gekeken of er goede redenen zijn om lokale en landelijke partijen verschillend te benaderen. Die redenen zijn er niet. Of een partij nu actief is in de Eerste of Tweede Kamer, in Provinciale Staten of de gemeenteraad: ze doen allemaal hetzelfde werk en zijn volkomen gelijkwaardig.’

 

Geld en kennis

‘Op basis van die gelijkwaardigheid, moet je deze partijen dus ook gelijk behandelen’, vervolgt Peter. ‘De grootste knelpunten zijn dat lokale partijen, anders dan landelijke partijen, geen subsidie krijgen en dat ze niet kunnen terugvallen op een landelijk wetenschappelijk of opleidingsinstituut. Daarom adviseren wij om de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) zodanig te wijzigen dat lokale partijen ook subsidie kunnen krijgen en dat er structurele subsidie komt voor een onafhankelijke centrale organisatie die lokale partijen kennis en ondersteuning biedt.’

 

Recht doen

Wordt het niet heel ingewikkeld om al die verschillende lokale partijen in het hele land op een vergelijkbare manier als landelijke partijen van subsidie te voorzien? ‘Ja, dat is best ingewikkeld’, beaamt Peter. ‘Daarom hebben wij daar een eenvoudige systematiek voor bedacht, namelijk een subsidie van 1000 euro per raadszetel voor lokale partijen en voor lokale afdelingen van landelijke partijen. Lokale partijen ontvangen daarnaast een basisbedrag van 1500 euro. Lokale afdelingen krijgen dat laatste niet, omdat landelijke partijen al een basisbedrag ontvangen. Daarmee doe je recht aan de gelijkwaardigheid van lokale en landelijke partijen.’

 

Kennispunt uitbouwen

En waarom moet er dan nog een centrale organisatie komen die lokale partijen van kennis en ondersteuning voorziet? Kan het bestaande Kennispunt Lokale Politieke Partijen niet in die behoefte voorzien? ‘Dat is juist wat wij als expertiseteam aanbevelen’, zegt Peter. ‘Wij adviseren om het huidige Kennispunt, dat zich goed ontwikkelt, uit te bouwen tot een onafhankelijke organisatie die ook op lange termijn, met input vanuit de lokale partijen zelf, de kennis en ondersteuning biedt waar partijen in al hun verscheidenheid behoefte aan hebben. Daarvoor moet dan structurele subsidie komen, die fors hoger is dan de 350 duizend euro die nu tot 2024 jaarlijks voor het Kennispunt beschikbaar is.’

 

Politieke druk

Peter den Oudsten heeft het advies namens het expertiseteam aangeboden aan de VNG. Hoe nu verder? ‘VNG-voorzitter Jan van Zanen heeft gezegd dat hij het een mooi advies vindt en dat hij het ondersteunt. Het kabinet werkt aan een nieuwe Wet op de politieke partijen, waar de bestaande Wfpp in opgaat. Het ligt voor de hand dat onze voorstellen worden meegenomen in de voorbereiding van die nieuwe wet. Het is aan de VNG om te bepalen hoeveel politieke druk zij daarvoor gaan uitoefenen. Het expertiseteam ziet in elk geval geen reden om te wachten. Als het aan ons ligt, worden onze adviezen uiteraard zo snel mogelijk uitgevoerd.’