Vijf vragen over de financiering van politieke partijen

06 oktober 2021

1. Wat is de Wet financiering politieke partijen?

In de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) staan de regels over hoe de € 25 miljoen die beschikbaar is voor politieke partijen, over deze partijen wordt verdeeld. Alle landelijke politieke partijen met een zetel in de Eerste of Tweede Kamer en ten minste 1.000 leden die € 12,- per jaar betalen, komen in aanmerking voor financiering. De Wfpp is in 2018 geëvalueerd. Naar aanleiding van de evaluatie wordt de Wfpp gewijzigd. Belangrijkste veranderingen zijn strengere regels en meer transparantie voor giften aan politieke partijen. De wijzingen worden eind oktober 2021 besproken in de Tweede Kamer.

De subsidie aan politieke partijen bestaat uit vier delen: een algemeen deel voor de politieke partij zelf, een deel voor het politiek-wetenschappelijk instituut van de partij, een deel voor de jongerenorganisatie van de partij en een deel voor buitenlandse activiteiten van de partij. Uit het algemene deel kunnen landelijke partijen de volgende activiteiten betalen:

  • politieke vormings- en scholingsactiviteiten;
  • informatievoorziening;
  • onderhoud contacten met zusterpartijen buiten Nederland en ondersteuning van hun vormings- en scholingsactiviteiten voor die partijen;
  • activiteiten die participatie van jongeren bij politiek bevorderen;
  • werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;
  • activiteiten voor verkiezingscampagnes.

 

2. Waarom vallen onafhankelijke lokale partijen niet onder de wet?

Onafhankelijke lokale politieke partijen komen niet in aanmerking omdat zij niet aan de voorwaarden voldoen: ze hebben geen zetel in Eerste of Tweede Kamer en hebben onvoldoende leden.

 

3. Hoeveel financiering ontvangen landelijke partijen en hoe verdelen zij dat onder lokale afdelingen?

De verdeelsleutel voor de financiering is gebaseerd op een basisbedrag, een bedrag per Kamerzetel en een bedrag per lid.

Landelijke partijen kunnen naar eigen inzicht en volgens eigen regels de subsidie gebruiken en overboeken naar lokale afdelingen. Sommige partijen maken weinig tot niets over. Hier komt ook de uitspraak vandaan van sommige lokale afdelingen ‘dat zij ‘ook’ geen subsidie krijgen’. Feit blijft dat politieke vorming en scholing, het betrekken van jongeren, werving en selectie en activiteiten voor verkiezingscampagnes wel degelijk uit de subsidie van de Wfpp wordt betaald. Ook de landelijke campagneactiviteiten voor de gemeenteraadsverkiezingen.

 

4. Waarom is het belangrijk dat lokale partijen ook toegang krijgen tot subsidie?

Een sterke democratie is gebaat bij een gelijk speelveld van politieke partijen, die een gelijke mogelijkheid hebben om de kiezers te informeren, jongeren te betrekken en hun kandidaten te werven en selecteren, goed voor te bereiden en te begeleiden.

 

5. Oproep!

Eind oktober vergadert de Tweede Kamer over de wijzigingen in de Wet financiering politieke partijen. Het Kennispunt werkt samen met de VNG, Unie van Waterschappen en anderen om de landelijke politieke partijen op te roepen een gelijk speelveld te creëren voor alle politieke partijen. Jan van Zanen, voorzitter van de VNG, deed deze oproep al.

Wat kunt u doen? Informeer uw lokale en regionale krant over het ongelijke speelveld tussen politieke partijen. En deel de oproepen die het Kennispunt de komende weken gaat publiceren op social media.